Net terug van een weekje Schiermonnikoog en wat hebben we genoten! Hond mee, al was die niet erg te spreken over het appartementje dat we hadden gehuurd en werd ie erg ongelukkig van wandelen bij temperaturen boven de 25 graden, ondanks een superstoere coolbandana en heel veel water. Paardrijkleding ook mee, want wat mij betreft hoort een strandrit erbij op een waddeneiland, al kan ik nu nog steeds amper lopen van de spierpijn… En natuurlijk ook de camera mee! Ik heb me suf gefotografeerd. Een strandwandeling was met mij niet te doen want ik lag om de haverklap in het zand om een schelp te fotograferen. Of een krabbetje. Of een voetstap. Of hondenvoetstapjes. Of de branding. In de duinen zat ik constant op m’n knieën voor een mooie bloem. Of een rups. Of een strandpaal. En zelfs in het dorp liep ik niet door, want de rozenbottelstruiken stonden in bloei… Echt stevige wandelingen zijn er dus niet gemaakt, maar het heeft wel een hoop mooie foto’s opgeleverd!
Auteur: jannekecellarius
Dordtse Biesbosch
Als het lekker weer is en ik met de hond in het bos wil gaan wandelen, heb ik vanuit Gorinchem een paar opties. Het Lingebos is in de buurt; tien minuutjes met de auto en we zijn er. Verdwalen is er gezien de omvang van het bos onmogelijk en inmiddels kunnen zowel ik als de hond alle paadjes daar dromen. Een andere optie is de Loonse en Drunense Duinen. Ietsjes verder, maar ook een stuk groter. De weg er naartoe kan ik inmiddels dromen, maar de uitgezette wandelroutes daar hebben we nog niet allemaal uitgeprobeerd. Ik volg daar absoluut de paaltjes, want met mijn richtingsgevoel (ik heb het richtingsgevoel van een theelepeltje zeg ik altijd) zouden we zo maar aan het dwalen kunnen raken… Genoeg om nog te ontdekken daar, zelfs op de gebaande paden! Een derde optie is de Dordtse Biesbosch. Voor mijn werk moest ik regelmatig in Dordrecht zijn en ik plakte daar altijd een uurtje uitwaaien (compleet met picknick) in de Biesbosch aan vast. Het bos is groot genoeg om een flink stuk te lopen, maar te klein om compleet de weg kwijt te raken (zelfs voor iemand met het richtingsgevoel van een theelepeltje). De foto’s hieronder heb ik tijdens die uurtjes gemaakt. Fotograferen en een dolblije hond aan de riem proberen te houden is een slechte combi, heb ik gemerkt…
Beestjes
Sinds ons buurmeisje twee jaar terug in de zomer verrukt “allemaal bééstjes!’ uitriep terwijl ze keek naar een groep migrerende torretjes, heten beestjes bij ons thuis ook bééstjes. Tot een bepaalde omvang; cavia’s zijn gewoon cavia’s en de hond is gewoon een hond, maar slakken, rupsjes, vlindertjes en al dat soort klein grut zijn bééstjes. En wat zijn die leuk om op de foto te zetten! Slakken hebben mijn voorkeur; die bewegen niet zo snel. Aangezien mijn lens niet zo ver zoomt, moet ik bovenop een bééstje duiken om ‘m fatsoenlijk op de foto te krijgen. Of heel veel geduld hebben natuurlijk. Hoe dan ook, de (uiteenlopende) resultaten mogen er zijn!
Gorinchem: Lingebos
Winters in Nederland zijn de afgelopen jaren (naar mijn idee tenminste) niet echt winters geweest, maar een paar weken terug hadden we weer eens een mooi wit weekend! Dus wat doen wij dan? We gooien de hond op de achterbank, trekken onze snowboots aan, zetten een muts op en rijden met camera naar het Lingebos voor een paar mooie foto’s. De hond is Portugees (mijn schoonvader noemt hem ook standaard ‘de Portugees’) en we vermoeden dat hij nog nooit in zijn leven sneeuw had gezien, want hij was compleet onder de indruk. En daarna door het dolle heen. Ik denk dat hij die dag meer op zijn rug in de sneeuw heeft gelegen dan op zijn pootjes met ons mee is gelopen… Op zich prima, want dat gaf mij alle tijd om met mijn camera op bevroren waterdruppels en besneeuwde blaadjes te duiken!
Cornwall
Cornwall. Ook al zo’n prachtig stuk Engeland en ook het einddoel van een fantastische roadtrip. Met de boot naar Dover en vanaf daar langs de zuidkust helemaal doorgereden naar het westen. Hastings, Brighton, Portsmouth, Southampton, Exeter, Plymouth… Allemaal prachtige plaatsen waar je onderweg langs komt en als je de tijd neemt om er op je gemak rond te wandelen en te kijken, zie en beleef je de meest uiteenlopende dingen. Zo maakten we in Hastings mee dat iemand z’n fish&chips in een veredelde snackbar terugstuurde naar de keuken… Wie bedenkt dat?! Ook de pier van Hastings was een bezienswaardigheid op zich. In oktober 2010 brak er een brand uit op de pier, waarbij 95% van het stuk boven water verloren ging. Een urban exploring-waardig tafereel. Plymouth heeft ons hart gestolen. Mochten we ooit nog naar Engeland emigreren, dan wordt het Plymouth waar we gaan wonen. Een mooie promenade, een universiteit, een indrukwekkend Naval War Memorial, een veerhaven, eindeloos uitzicht over het water, vanaf 2018 waarschijnlijk weer een vliegveldje én een voetbalclub om fervent aanhanger van te worden (hup Plymouth Argyle F.C.!). Maar hoe mooi de plaatsen onderweg ook zijn, uiteindelijk waren het tussenstations op weg naar ons eindpunt: Land’s End. Erg toeristisch (en naar verluidt ook erg haunted, al heb ik er geen spook gezien…), maar zodra je de wandelpaden langs de kust wat verder bij het bezoekerscentrum vandaan volgt, kom je steeds minder mensen tegen. En steeds meer prachtige uitzichten, beide kanten op. Aan de ene kant water, schuimkoppen en kliffen. Aan de andere kant een heuvelachtig landschap, hier en daar een kerkje en soms zelfs hele velden vol met bloemen. Genoeg om je ogen uit te kijken en een hele stapel foto’s te maken.
Achtertuinen
Dit keer een blog wat dichter bij huis. Alhoewel… Naast mijn eigen bescheiden achtertuintje (eerder een bepleisterd binnenplaatsje, maar vooruit) heb ik ook de achtertuin van mijn ouders in Ermelo op de foto gezet. De verschillen zijn duidelijk en groot. Waar mijn eigen binnenplaatsje op het moment nogal leeg is (laat ik het minimalistisch noemen), staat de tuin van mijn ouders vol met bloemen, planten, bloempotten, gieters, plantenbakken, tonnen en kunstwerkjes in alle soorten en maten. Wat ik wél heb en mijn ouders dan weer niet, is een vijvertje. Compleet met (nog maar één) vis, kikker en slakken. Maar goed, grote verschillen of niet, op de foto’s zie je dat amper terug: in beide tuinen ben ik met mijn camera vooral achter de details aangegaan.
Eifel: Wollseifen
Opnieuw een roadtrip, dit keer als kadootje voor mijn verjaardag. Ik moest mijn wandelschoenen aantrekken, mijn camera pakken en werd met een zak snoep in de auto gezet. Op naar de Eifel voor een wandeltochtje naar het verlaten dorp Wollseifen (vandaar de camera), picknick werd geregeld (de zak snoep was voor tussendoor). Na een autotocht van 3 uur (paspoorten vergeten dus weer terug, verdwaald geraakt in Monschau na een omleiding vanwege een dorpsmarkt en uiteindelijk bleek ook nog dat we helemaal niet door Monschau hadden gemoeten…) aangekomen in Einruhr, een prachtig plaatsje aan het water. Vanaf daar is het, als je de auto tenminste kwijt kunt, een kilometer of 5 door het bos en over de Dreiborner Hoogvlakte naar Wollseifen. Dit plaatsje is ontstaan rond 1200. In de Tweede Wereldoorlog is het dorpje gebombardeerd door de geallieerden, waarbij veel inwoners omkwamen en huizen verwoest werden. Kort na de wederopbouw, in 1946, kregen de overgebleven inwoners van het plaatsje een evacuatiebevel van de Britten. Sindsdien werd het dorp gebruikt als militair oefenterrein door de Britten, de Belgen en later de NATO. Overbodig om te zeggen dat binnen de kortste keren weer alle gebouwen verwoest waren, dit keer door de schietoefeningen. Alleen een elektriciteitshuisje, een heiligenbeeld, een deel van de school en de kerk zijn blijven staan. Op de plek van de verwoeste woningen worden ‘dummy-huizen’ gebouwd. Tegenwoordig worden er geen schietoefeningen meer gehouden in het dorp, wat het fotograferen van het spookdorp een stuk eenvoudiger maakt… De deuren en ramen van de onderste verdiepingen van de dummy-huizen zijn inmiddels dichtgemetseld, maar dat maakt de ervaring niet minder ongemakkelijk (en de foto’s niet minder mooi).
Sussex
Engeland is altijd al één van mijn favoriete vakantielanden geweest. Het landschap is divers, de culturele geschiedenis is omvangrijk en enorm interessant, de mensen zijn er altijd vriendelijk (hoe heerlijk is het om door iedereen ‘love‘ genoemd te worden?), het eten en bier in de pubs is altijd goed en de reis er naar toe is een feestje. Ons favoriete vervoersmiddel is de boot. De nachtboot naar Newcastle kennen we inmiddels door en door: toen we nog jong(er) waren gingen we regelmatig op een mini-cruise en de bestemming voor onze huwelijksreis was Newcastle. Uiteraard weer met de nachtboot maar in een Commodore Suite! Mijn allereerste reis naar Engeland (bestemming Londen) was met het vliegtuig. Zeventien jaar geleden alweer, maar ik vlieg nog net zo graag als toen (en ik verblijf met nog evenveel plezier op hetzelfde logeeradres als toen). Voordeel van de boot is dat de auto mee kan en dat is ideaal als je, zoals wij, een tent en álle accessoires voor de semi-luie kampeerder meesleept. Of als je vanaf de camping naar de wegwedstrijd van de Olympische Spelen wil rijden om het peloton langs te zien zoeven. Of als je van ruïne naar ruïne wil roadtrippen voor een paar mooie foto’s. Of als je naar de zuidkust van Engeland wil om een lange wandeling langs de kliffen te maken en schaapjes te tellen. Enige nadeel van de auto is dat je minder uitgebreid kunt genieten van het Engelse bier, maar gelukkig was er een pub op loopafstand van onze camping. Probleem opgelost!
Belgische roadtrip
De grootste lol van een dieselauto is dat je goedkoop een roadtrip kunt maken. Als je dan, net als wij, gek bent op autorijden, kun je zó een goedkoop dagje uit organiseren. Voor een autotocht door België op zoek naar fotogenieke ruïnes draaien wij onze hand niet om. Gelukkig barst het in België van de ruïnes, grote kans dus dat je met mooie foto’s thuiskomt. We zijn begonnen in de ruïnes van Chateau Fort de Montaigle, in Falaën. Prachtig! Je moet de auto aan het begin van de oprit parkeren, het wandelpad aflopen, goed op de bordjes letten en een klein bedrag betalen in het piepkleine museumpje van het kasteel. Hier hebben ze trouwens een briljante fotocollectie van het kasteel door de jaren heen, zeker de moeite waard! Eenmaal in de ruïnes bleken we de enige bezoekers te zijn. Alle rust dus om de vervallen muren van alle kanten te bekijken en te fotograferen. Om andere ruïnes ook de kans te geven gefotografeerd te worden, zijn we na een uur vertrokken. Op weg naar de ruïnes van het kasteel en het versterkte dorp Poilvache, in Yvoir. Weer zo’n spannende oprijlaan. Of liever gezegd, ‘oplooplaan’. Hier was het iets drukker dan in Falaën, maar ik kreeg de indruk dat het locals waren die er regelmatig samen iets kwamen drinken. Bij de kassa (waar je zelfs chips en blikjes fris kon kopen) kregen we een Nederlandstalig informatieboek mee, met plattegrond en uitleg. De benamingen van de verschillende overblijfselen (in meer en mindere mate vervallen) waren geweldig treffend. ‘Huis met puntgevel’, niet te missen. We hebben de dag in stijl afgesloten door ons door een vriend op een heerlijk zelfgekookt typisch Vlaamse maaltijd te laten trakteren. Het stoofvlees was, in tegenstelling tot de ruïnes, niet fotogeniek, maar wat was het heerlijk!
Leuven
Leuven, de bierhoofdstad van België. Dat weet ik (uiteraard) alleen omdat het zo op Wikipedia staat en omdat we, iedere keer als we in Leuven zijn, een keer of zes langs de Stella-brouwerij rijden omdat we wéten dat we daar in de buurt moeten parkeren, maar altijd weer vergeten waar we ook al weer precies moeten zijn. Echt ‘bieren’ heb ik in Leuven nog nooit gedaan. Wat ik er wel heb gedaan, en waar ik ontzettend van heb genoten, is het Groot Begijnhof bezoeken. Zo’n drie hectare met interessante architectuur, te ontdekken hoekjes en doorkijkjes, details die je werkelijk waar van alle kanten kunt fotograferen en religieuze geschiedenis. Het Groot Begijnhof is in de jaren ’60 opgekocht en gerestaureerd door de Universiteit om er studenten en gastprofessoren te huisvesten. Dat idee vind ik echt geweldig; dat zo’n oud stukje stad (of liever gezegd: de ministad-in-de-stad) met zoveel geschiedenis zo liefdevol wordt opgeknapt en in de huidige tijd ‘gewoon’ gebruikt wordt. Het levert ook mooie contrasten op: prachtige oude straatjes met spiksplinternieuwe mountainbikes tegen de muurtjes. Ik denk niet dat de begijnen dat acht eeuwen geleden hadden kunnen bedenken…