Deel 2 uit mijn trip down memory lane: Nationaal Park De Hoge Veluwe. Nog zo’n prachtig stuk natuur. De beste herinneringen daar heb ik aan de witte fietsen: als we vroeger met het gezin een dag naar de Hoge Veluwe gingen, renden mijn broertje, zusjes en ik met z’n vieren naar de kudde fietsen om de beste te claimen. Geen eenvoudige klus. De fiets die op het eerste oog het beste was (lees: optimaal wat betreft hoogte van zadel en stuur), had misschien een slappe ketting. Of het zadel stond te schuin naar voren. Of naar achteren. Of de remmen deden het eigenlijk niet zo goed. Of de handvatten zaten los. Op naar de volgende fiets dus. Zo’n tien fietsen en een kwartier later konden we dan eindelijk onderweg. Uiteraard met wind mee in het bos en wind tegen op de open stukken en hoewel ik die verdeling altijd heb vervloekt (en nog steeds want ik heb dat probleem nog altijd, echt waar) vind ik juist die afwisseling zo mooi aan de Hoge Veluwe. Ik kom er nog zo vaak mogelijk om te fietsen en te wandelen. Als ik een afspraak heb in Arnhem, probeer ik die altijd aan het begin of aan het eind van de dag te plannen zodat ik de rest van de tijd over de Hoge Veluwe kan zwerven. Met camera uiteraard. Voor degene die zich dat afvroeg: inmiddels ben ik wel wat sneller geworden in het kiezen van een fiets, meestal heb ik in twee keer proberen de juiste fiets te pakken…